ECLI:NL:PHR:2002:AE1336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken gewijzigd inzicht wetgever strafwaardigheid visserijvoorschriften
V.O.F. werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens overtreding van artikel 3a van de Visserijwet 1963, gerelateerd aan het gebruik van sleepnetten met een te kleine maaswijdte in een beschermde zone op de Noordzee. Het hof oordeelde dat de strafbaarheid van het feit niet was komen te vervallen door latere wijzigingen in de Regeling technische maatregelen, die de handhaving van visserijvoorschriften moesten verbeteren.
V.O.F. stelde in cassatie dat er sprake was van een gewijzigd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van het feit, ingegeven door de invoering van Verordening (EG) nr. 850/98, die hogere percentages bijvangst toelaat. De Hoge Raad overwoog dat een wijziging van wetgeving alleen kan leiden tot niet-toepassing van strafrecht als deze berust op een daadwerkelijk gewijzigd inzicht omtrent de strafwaardigheid van het feit.
De toelichtingen bij de nieuwe verordening en de Regeling technische maatregelen 2000 wezen echter op een wijziging gericht op verbetering van handhaving en vereenvoudiging van regels, niet op een versoepeling van strafbaarheid. Het hof had daarom terecht geoordeeld dat het oude regime van toepassing bleef. Het cassatiemiddel bevatte geen nieuwe gronden en was onvoldoende gemotiveerd, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van V.O.F. werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent strafwaardigheid.