ECLI:NL:PHR:2002:AE1489
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bij cumulatieve tenlastelegging economische en commune delicten
De zaak betreft de beoordeling van de bevoegdheid van de commune strafkamer van de rechtbank in een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor meerdere feiten, waaronder een overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (economisch delict) en feiten onder de Opiumwet en de Wet op de Accijns (commune delicten). De vraag was of de volgorde van de feiten in de dagvaarding bepalend is voor de bevoegdheid van de rechter.
Het hof had geoordeeld dat de commune strafkamer bevoegd was omdat er sprake was van feitelijke en juridische samenhang tussen de economische en commune delicten. De verdediging voerde aan dat het eerste feit in de dagvaarding, een economisch delict, bepalend zou moeten zijn voor de bevoegdheid, waardoor de economische kamer exclusief bevoegd zou zijn.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en stelt dat uit de wetstekst en het stelsel van de wet niet volgt dat de volgorde van de feiten in de dagvaarding invloed heeft op de bevoegdheid. De samenhang tussen de feiten is bepalend. De passage uit de Memorie van Antwoord waarop de verdediging zich beroept, ziet slechts op gevallen van primaire en subsidiaire tenlastelegging, niet op cumulatieve tenlastelegging van verschillende feiten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat de commune strafkamer bevoegd was om te oordelen over de tenlastegelegde feiten. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de volgorde van feiten in de dagvaarding niet bepalend is voor de bevoegdheid van de rechter bij cumulatieve tenlastelegging, mits er samenhang is tussen de feiten.