ECLI:NL:PHR:2002:AE1528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van premie-bij-indiensttreding-methode voor waardering pensioenverplichtingen in eigen beheer
In deze zaak stond de vraag centraal of de premie-bij-indiensttreding-methode als waarderingsstelsel voor in eigen beheer gehouden pensioenverplichtingen toelaatbaar is. Belanghebbende, een besloten vennootschap, had pensioenvoorzieningen voor haar bestuurders in eigen beheer gehouden en deze gewaardeerd volgens deze methode.
De inspecteur had deze methode afgewezen en eiste waardering op basis van de actuariële contante waarde volgens de koopsommenmethode. Het hof had de inspecteur gelijk gegeven en de premie-bij-indiensttreding-methode als strijdig met goed koopmansgebruik verworpen.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het arrest waarop het hof zich baseerde niet van toepassing was op de waardering van in eigen beheer gehouden pensioenverplichtingen tegenover enkele gerechtigden. De Hoge Raad concludeerde dat de premie-bij-indiensttreding-methode, mits gebaseerd op algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, niet in strijd is met goed koopmansgebruik en artikel 9b Wet IB 1964.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest en de uitspraak van de inspecteur en bepaalde dat de aanslag moet worden verminderd tot nihil. De conclusie bevat een uitgebreide toelichting op de verhouding tussen goed koopmansgebruik, artikel 9b Wet IB 1964 en de verschillende waarderingsmethoden voor pensioenverplichtingen in eigen beheer.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en oordeelt dat de premie-bij-indiensttreding-methode toelaatbaar is voor de waardering van pensioenverplichtingen in eigen beheer.