ECLI:NL:PHR:2002:AE1552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaststelling vast recht bij vordering tot schadevergoeding nader op te maken bij staat
De zaak betreft een verzet tegen de vaststelling van het vast recht in een cassatieprocedure waarbij de eiser primair een vordering tot schadevergoeding nader op te maken bij staat had ingesteld. De Hoge Raad heeft eerder het cassatieberoep van opposante verworpen en in appel was zij veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 257.835,-- plus rente.
Opposante kwam in verzet tegen de vaststelling van het vast recht, stellende dat dit onjuist was berekend omdat de vordering niet strekte tot betaling van een bepaalde geldsom, maar tot schadevergoeding nader op te maken bij staat. De Hoge Raad overwoog dat het vast recht wordt bepaald aan de hand van het financiële belang van de zaak, uitgedrukt in een vordering tot betaling van een bepaalde geldsom, en dat de griffier niet door de vordering heen mag kijken.
De Hoge Raad bevestigde dat wanneer in een eerdere instantie een bedrag is vastgesteld, dit bedrag als maatstaf geldt voor het vast recht in cassatie. Gelet op de feiten en de arresten van het hof, was het vast recht terecht vastgesteld op basis van het bedrag van ƒ 257.835,--. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de vaststelling van het vast recht werd afgewezen en het vast recht werd bevestigd op basis van het financiële belang van de zaak.