ECLI:NL:PHR:2002:AE2095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat bewerkte psilocybinehoudende paddestoelen preparaten zijn onder de Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot psilocybinehoudende paddestoelen.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de uitleg van de Opiumwet en het Psychotrope Stoffen Verdrag (PSV) met betrekking tot de classificatie van paddestoelen en preparaten daarvan. De Raad bevestigt eerdere jurisprudentie dat verse paddestoelen niet onder de verboden stoffen vallen, maar dat bewerkte vormen zoals gedroogde, gestampte, gemalen of in etenswaren verwerkte paddestoelen wel als preparaten gelden en dus verboden zijn.
De Hoge Raad behandelt ook de betekenis van begrippen als 'manufacture', 'production' en 'preparation' uit het PSV en de internationale beraadslagingen daarover. Daarbij wordt bevestigd dat het kweken van planten niet als vervaardiging wordt gezien, maar het bewerken en verwerken tot mengsels wel.
Verder wordt ingegaan op de correctie van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring betreffende de plaats van het feit en de periode waarin het verboden handelen plaatsvond. De Raad oordeelt dat deze correctie geoorloofd is en dat het cassatieberoep faalt.
Het arrest bevestigt daarmee de strafrechtelijke kwalificatie en de toepassing van de Opiumwet op bewerkte psilocybinehoudende paddestoelen, en sluit aan bij de internationale regelgeving en toelichtingen daarop.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het medeplegen van verboden handelen met bewerkte psilocybinehoudende paddestoelen.