ECLI:NL:PHR:2002:AE2114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering wegens deelname criminele organisatie
De arrondissementsrechtbank te Haarlem heeft bij uitspraak van 29 januari 2002 de uitlevering van verzoekster aan Portugal deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar verklaard. Verzoekster werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en verschillende strafbare feiten. De rechtbank oordeelde dat de uitlevering toelaatbaar was voor deelname aan de organisatie, medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift, maar niet voor het onrechtmatig gebruik van een computersysteem vanwege het ontbreken van dubbele strafbaarheid.
Verzoekster stelde in verweer dat zij onschuldig was en dat zij pas vanaf oktober 1995 in dienst was, waardoor zij niet betrokken kon zijn bij de feiten uit de periode daarvoor. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen omdat er geen concrete feiten werden aangevoerd en de arbeidsovereenkomst haar betrokkenheid niet uitsloot.
Tegen deze beslissing heeft verzoekster twee middelen van cassatie ingediend. Het eerste middel klaagde over de motivering van het oordeel over haar onschuld, het tweede middel betrof de kwalificatie van het delict en de toelating van de uitlevering. De Hoge Raad verwierp beide middelen, bevestigde de juiste toepassing van het criterium voor uitlevering en het oordeel van de feitenrechter over de betrouwbaarheid van verklaringen.
De Hoge Raad benadrukte dat de uitlevering slechts toelaatbaar is voor zover aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan en dat de rechtbank dit correct heeft toegepast. Daarmee blijft het vonnis van de rechtbank in stand en wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering blijft deels toelaatbaar.