ECLI:NL:PHR:2002:AE2202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor schade door gladheid op ZOAB-wegdek bij ijzel
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van de Staat wegens een slippartij op een ZOAB-wegdek bij ijzel, waarbij zijn auto beschadigd raakte. Eiser stelt dat het ZOAB-wegdek gebrekkig is vanwege de verhoogde kans op gladheid en dat de Staat tekort is geschoten in zijn zorgplicht door onvoldoende te waarschuwen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het ZOAB-wegdek een gebrek vormde en dat de Staat risicoaansprakelijk was wegens het ontbreken van specifieke waarschuwingsborden. De Staat ging in hoger beroep en stelde dat de gladheid veroorzaakt werd door ijzel, niet door een gebrek aan het wegdek, en dat zij voldoende had gestrooid en gewaarschuwd via de media.
De Hoge Raad bevestigt dat ijzel geen gebrek aan het wegdek zelf is en dat de Staat niet aansprakelijk is op grond van art. 6:174 BW Pro. De Staat heeft naar het oordeel van de Hoge Raad voldoende maatregelen genomen om gladheid te bestrijden en de weggebruiker via media gewaarschuwd. Bovendien is het plaatsen van specifieke borden voor ZOAB niet noodzakelijk en niet effectief. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat de wetgever geen garantie geeft voor perfecte wegen en dat weggebruikers onder uitzonderlijke weersomstandigheden zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Ook het ontbreken van specifieke borden betekent niet automatisch aansprakelijkheid van de Staat.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de Staat niet aansprakelijk is voor de schade door gladheid op het ZOAB-wegdek.