ECLI:NL:PHR:2002:AE2208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat in faillissementsprocedure onvoldoende summierlijk is gebleken van vorderingsrecht op basis van promissory note
In deze zaak staat centraal de vraag of Kaiser Netherlands tekort is geschoten in de uitvoering van een overeenkomst tot bouw en oplevering van een staalfabriek (Mini-mill) in Tsjechië, en of Nova Hut op grond daarvan de faillietverklaring van Kaiser Netherlands kan vorderen.
De four week performance test was bepalend voor de oplevering en betaling. Nova Hut stelde dat Kaiser Netherlands niet aan de overeenkomst voldeed en baseerde haar vordering mede op een promissory note. Kaiser Netherlands betwistte het bestaan van de vordering en stelde dat Nova Hut de bewijslast draagt dat de Mini-mill niet aan de overeenkomst voldoet.
De rechtbank en het hof oordeelden dat niet summierlijk was gebleken dat Kaiser Netherlands tekort was geschoten. Het hof vond dat Kaiser Netherlands haar standpunt voldoende had onderbouwd en dat een faillissementsprocedure zich niet leent voor het oplossen van complexe geschillen over contractuele prestaties. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van Nova Hut af, waarbij wordt benadrukt dat in faillissementsprocedures een summiere beoordeling plaatsvindt en dat de rechter ruime beoordelingsvrijheid heeft.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van Kaiser Netherlands wordt afgewezen wegens onvoldoende summierlijk bewijs van wanprestatie.