ECLI:NL:PHR:2002:AE2375
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepasselijkheid van de CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf op een onderneming die machinaal verf aanbrengt
In deze zaak staat centraal of de onderneming van eiseres, die machinaal verf aanbrengt op roerende zaken van derden zonder voorafgaande bewerking, onder de werkingssfeer valt van de algemeen verbindend verklaarde CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf. De stichtingen vorderen dat de CAO en de verplichte pensioenregeling op eiseres van toepassing zijn. De kantonrechter en de rechtbank wijzen de vorderingen toe, waarbij zij oordelen dat het woord 'en' in art. 1 lid 3 van Pro de CAO niet cumulatief moet worden opgevat.
Eiseres stelt in cassatie dat de CAO onduidelijk is en dat het woord 'en' cumulatief moet worden geïnterpreteerd, waardoor haar activiteiten buiten de CAO zouden vallen. De Hoge Raad bevestigt de uitleg van de lagere rechters dat de CAO bepalingen objectief moeten worden uitgelegd aan de hand van de bewoordingen en de context, waarbij het gewone spraakgebruik een factor van betekenis blijft. De Hoge Raad wijst erop dat de expliciete uitzonderingen in art. 1 lid 5 juist Pro bevestigen dat het enkele aanbrengen van verf onder de CAO valt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de eis van bijzondere duidelijkheid die geldt bij punitieve maatregelen niet van toepassing is op de toepasselijkheid van deze CAO, die geen punitief karakter heeft. De klachten van eiseres over onduidelijkheid en motiveringsgebreken worden verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de CAO van toepassing is op de onderneming van eiseres.