ECLI:NL:PHR:2002:AE4155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen tolk in mensenhandelzaak
In deze strafzaak is de verdachte door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens mensenhandel in vereniging en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van twee tolken die vertalingen hadden verzorgd van opgenomen telefoongesprekken in de Edo-taal. Het hof had dit verzoek afgewezen nadat de tolken reeds waren gehoord door de rechter-commissaris, waarbij de raadsman aanwezig was en vragen had kunnen stellen.
De verdediging stelde dat het horen van de tolk op de terechtzitting van wezenlijk belang was om de taalvaardigheid en betrouwbaarheid van de vertalingen te beoordelen, en voerde tevens schending van artikel 6 EVRM Pro aan omdat de verdachte zelf niet aanwezig mocht zijn bij het verhoor van de tolken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zich voldoende had laten informeren door het verhoor van de tolken door de rechter-commissaris en het aanvullend proces-verbaal, en dat de verdediging niet concreet had aangegeven welke aanvullende informatie zij van de tolk wilde verkrijgen.
Verder stelde de Hoge Raad dat het niet toestaan van de aanwezigheid van de verdachte bij het verhoor van de tolken geen schending van het recht op een eerlijk proces opleverde. Het cassatiemiddel werd daarom verworpen. De Hoge Raad vond geen gronden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. Hiermee werd het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof werd bevestigd.