ECLI:NL:HR:2001:AB1271
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugverwijzing wegens onrechtmatig bewijs in strafzaak doodslag
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor doodslag en geweldpleging tot vijf jaar gevangenisstraf. De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, waarbij de Hoge Raad twee belangrijke bewijsvragen onderzocht.
Ten eerste oordeelde de Hoge Raad dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt door ambtsedige processen-verbaal te aanvaarden die verklaringen bevatten van personen wier identiteit niet bekend was, terwijl de verdachte expliciet had verzocht deze personen te horen. Dit is in strijd met artikel 344, derde lid, Sv.
Ten tweede stelde de Hoge Raad vast dat het hof schriftelijke vertalingen van afgeluisterde telefoongesprekken had gebruikt zonder voldoende motivering over de betrouwbaarheid van deze vertalingen, terwijl de verdediging gemotiveerd had aangevoerd dat de vertalingen onbetrouwbaar waren vanwege het gebruik van een niet-beëdigde tolk met beperkte taalvaardigheid.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft het ten laste gelegde feit van doodslag en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor het onderdeel doodslag en strafoplegging en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.