ECLI:NL:PHR:2002:AE4201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt grove schuld bij achteruitrijden met dodelijk ongeval ondanks verweer over voorrang
Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft verdachte op 30 maart 2001 veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, in verband met een ongeval waarbij een fietser is gedood. De straf bestond uit 180 uur onbetaalde arbeid en een rijontzegging van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij met grove schuld had gehandeld, omdat hij volgens hem voorrang had op de fietser die een voorrangskruising was opgereden. Het hof had geoordeeld dat verdachte een bijzondere manoeuvre verrichtte door achteruit te rijden op een kruising en daarbij de fietser aanreed, zonder deze voorrang te verlenen, wat een absolute verplichting is volgens artikel 54 RVV Pro 1990.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer van verdachte voldoende had weerlegd en dat de bewezenverklaring niet op een verkeerde opvatting was gebaseerd. Het hof had terecht geoordeeld dat verdachte met grove schuld had gehandeld, mede gelet op de snelheid van het achteruitrijden en de aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor grove schuld bij het dodelijk verkeersongeluk.