ECLI:NL:PHR:2002:AE4291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over matiging loonvordering bij voortgezet dienstverband na ongeldige opzegging
De zaak betreft een werknemer die via een uitzendbureau en later rechtstreeks bij Heineken werkte, waarbij na een ongeldige opzegging de vraag speelde of sprake was van een voortgezet dienstverband en recht op loonbetaling.
De rechtbank had de loonvordering van de werknemer ambtshalve in de tijd gematigd, mede vanwege de lange duur van de procedure en het feit dat de werknemer geen voorlopige voorziening had gevraagd. De werknemer stelde cassatieberoep in tegen deze matiging.
De Hoge Raad overweegt dat de rechter bevoegd is een loonvordering te matigen, ook ambtshalve, maar dat de rechtbank onjuiste motieven heeft gebruikt, met name de lange duur van de procedure, die in beginsel geen grond voor matiging is. Ook ontbrak een tussenvonnis waarin partijen werden geïnformeerd over de matigingsvoornemens.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling, waarbij Heineken in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag.