ECLI:NL:PHR:2002:AE4364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatige geluidsoverlast door revisiebedrijf en toewijzing schadevergoeding
Deze zaak betreft een langdurig civiel geschil over geluidsoverlast veroorzaakt door een revisiebedrijf voor grondverzetmachines gevestigd nabij de woning van de eisers. Sinds 1988 klaagden de omwonenden over ernstige geluidshinder die voortkwam uit buitenactiviteiten van het bedrijf, welke niet door de verleende hinderwetvergunning werden gedekt.
De gemeente verleende in 1985 een hinderwetvergunning, maar latere wijzigingen werden vernietigd door de bestuursrechter. Diverse onderzoeken en rapporten, waaronder van de TU Eindhoven en adviesbureau Peutz, toonden overschrijding van geluidsnormen aan, waarbij het hof oordeelde dat het bedrijf onvoldoende maatregelen nam om de geluidsoverlast te beperken.
De rechtbank wees de vordering aanvankelijk af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatigheid, maar het hof stelde vast dat sprake was van aanzienlijke en voortdurende geluidshinder die onrechtmatig was. Het hof veroordeelde het bedrijf en de gemeente tot betaling van een schadevergoeding aan de omwonenden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van het revisiebedrijf af, waarbij zij onder meer ingaat op de bewijsvoering, de aard en ernst van de hinder en de redelijkheid van de toegewezen schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het revisiebedrijf onrechtmatige geluidsoverlast veroorzaakte en bekrachtigt de door het hof toegewezen schadevergoeding aan de omwonenden.