ECLI:NL:PHR:2002:AE4392
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkoop woning met bodemvervuiling door gemeente en aansprakelijkheid
De zaak betreft de verkoop van een woning met ondergrond en bebouwing te Helmond door de gemeente aan een particulier, waarbij sprake was van mogelijke bodemvervuiling door ondergrondse olietanks die eerder door een bedrijf waren gebruikt. De gemeente had het pand gekocht uit milieutechnische overwegingen en enkele tanks verwijderd, waarna het pand werd verkocht aan eiser. Na aankoop rook eiser brandstoflucht en liet een bodemonderzoek uitvoeren dat ernstige verontreiniging aantoonde.
Eiser vorderde dat de gemeente de bodemvervuiling zou saneren of de kosten zou vergoeden, stellende dat de gemeente op de hoogte was van de risico's en dit niet aan hem had meegedeeld. De rechtbank en het hof verwierpen deze vorderingen, stellende dat de gemeente geen concrete aanwijzingen had over bodemvervuiling en geen kennisvoorsprong had ten opzichte van eiser. Eiser wist of moest rekening houden met mogelijke vervuiling vanwege het vroegere bedrijf op het terrein.
In cassatie werd betoogd dat de gemeente een mededelingsplicht had vanwege haar deskundigheid en publieke taak. De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente niet gehouden was tot een uitgebreid bodemonderzoek of mededeling, omdat zij geen concrete aanwijzingen had en geen relevante kennisvoorsprong ten opzichte van eiser. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij de gemeente in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij de gemeente in de proceskosten wordt veroordeeld.