ECLI:NL:PHR:2002:AE4432
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoldoende bewijs voor persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder bij douanefraude
Deze zaak betreft een geschil tussen B.V. Zeehavenbedrijf Dordrecht (ZHD) en de bestuurder van Wala Shipping Rotterdam Netherlands B.V. (Wala) over douanefraude en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid. ZHD ontving een aanslag wegens onregelmatigheden bij het lossen van goederen, waarbij Wala werd verdacht van betrokkenheid. De bestuurder van Wala werd persoonlijk aansprakelijk gesteld en er werd conservatoir beslag gelegd op zijn onroerende zaken.
De bestuurder betwistte zijn betrokkenheid en stelde dat noch hij, noch Wala van de fraude heeft geprofiteerd. Hij vorderde opheffing van het beslag, wat door de President van de Rechtbank werd toegewezen wegens ondeugdelijke grondslag. ZHD ging in hoger beroep, maar het Hof bevestigde dat onvoldoende bewijs bestond voor persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en overweegt dat het vermoeden van betrokkenheid onvoldoende is onderbouwd. De verklaringen van betrokkenen zijn niet overtuigend en het hof heeft binnen zijn waarderingsmarge geoordeeld. Het beroep van ZHD wordt verworpen, waarmee het beslag op de onroerende zaken van de bestuurder terecht is opgeheven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de onroerende zaken van de bestuurder wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke aansprakelijkheid.