ECLI:NL:HR:2002:AE4432
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling persoonlijk verwijt bestuurder bij conservatoir beslag wegens douane-malversaties
In deze zaak vorderde verweerder opheffing van conservatoir beslag dat eiseres, ZHD, had gelegd op onverdeelde aandelen in onroerende zaken als zekerheid voor een vordering van bijna 20 miljoen gulden. De vordering was gebaseerd op vermeende douane-malversaties gepleegd door een werknemer van een vennootschap waarvan verweerder bestuurder was.
De President van de Rechtbank Rotterdam wees de vordering van verweerder toe en beval opheffing van het beslag, een beslissing die door het Gerechtshof 's-Gravenhage werd bekrachtigd. Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat verweerder persoonlijk betrokken was bij de malversaties of daarvan op de hoogte was.
ZHD stelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, maar de Hoge Raad verwierp dit middel. Het hof had terecht overwogen dat een vermoeden onvoldoende is voor persoonlijke verwijtbaarheid en dat de stukken verschillende lezingen toelaten, waardoor onvoldoende vaststaat dat verweerder kennis had van de fraude.
De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een gedegen motivering bij het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en handhaafde het arrest van het hof. ZHD werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het opheffen van het conservatoir beslag wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder.