ECLI:NL:PHR:2002:AE5152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor niet-betaalde premies en loonheffing bij faillissement
In deze zaak staat centraal of een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor niet-betaalde loonheffing en premies sociale verzekeringen van een failliete BV, zonder dat hij vooraf door een uitvoeringsinstantie aansprakelijk is gesteld. De BV, actief in onderaanneming voor woningstichtingen, ging failliet zonder betaling van verschuldigde premies en loonheffing. De woningstichtingen betaalden deze bedragen en vorderden verhaal op de bestuurder.
De rechtbank wees de vorderingen af, onder meer omdat de bestuurder tijdig melding van betalingsonmacht had gedaan en er geen sprake was van onbehoorlijk bestuur. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de bestuurder tot betaling, mede op basis van het niet openbaar maken van de jaarrekening en toepassing van art. 2:248 BW Pro, dat een wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur inhoudt.
De Hoge Raad stelt dat verhaal op de bestuurder op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de Invorderingswet niet afhankelijk is van een voorafgaande aansprakelijkstelling door een uitvoeringsinstantie. Tevens oordeelt hij dat de wettelijke vermoedens uit art. 2:248 BW Pro, die gelden bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, niet rechtstreeks van toepassing zijn op aansprakelijkheid krachtens de CSV en Invorderingswet. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander hof.