ECLI:NL:PHR:2002:AE5161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van bestuurder voor wanprestatie van vennootschap en bewijslastverdeling
De zaak betreft de vraag wanneer een bestuurder van een besloten vennootschap persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor wanprestatie van de vennootschap. Uniekaas vordert betaling van een voorschot dat zij aan Ro-Matic B.V. heeft gedaan, omdat de vennootschap haar leveringsverplichtingen niet nakwam en failliet ging zonder verhaal voor de schade.
De Hoge Raad benadrukt dat een bestuurder slechts aansprakelijk is als hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen en geen verhaal zou bieden. Het enkele risico dat de vennootschap tekortschiet is onvoldoende; de bestuurder moet het onaanvaardbare risico hebben voorzien. De bewijslast voor het verwijt ligt bij de crediteur, tenzij bijzondere omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen.
In deze zaak oordeelt het hof dat onvoldoende is bewezen dat de bestuurder de problematiek kende of had moeten kennen. De omstandigheden, zoals de technische aspecten, het bestaan van kredietfaciliteiten en lopende onderhandelingen, wezen op een redelijke verwachting van nakoming. Het hof vond ook geen aanwijzingen dat de bestuurder andere belangen dan die van de vennootschap nastreefde.
De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van het hof, dat de bestuurder niet roekeloos handelde en geen verwijt treft, niet onbegrijpelijk is. De cassatie wordt verworpen, waarbij wordt onderstreept dat de beoordeling van wetenschap en verwijtbaarheid in sterke mate feitelijk is en slechts beperkt in cassatie kan worden getoetst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt dat de bestuurder niet aansprakelijk is omdat onvoldoende bewijs bestaat dat hij wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen.