Uitspraak
[woonplaats], zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
26 juni 1990.
Hoge Raad
In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor meervoudige doen plegen van valsheid in geschrift. De dagvaarding in eerste aanleg werd aan de verdachte in Frankrijk betekend, waarbij het hof het verzoek van de raadsman om namens de niet verschenen verdachte het woord te voeren afwees wegens het ontbreken van klemmende redenen voor diens afwezigheid.
De raadsman had aangevoerd dat de verdachte sinds een jaar in Frankrijk woont, zich de reiskosten niet kan permitteren en net werk heeft dat hij niet wil onderbreken. Het hof motiveerde de afwijzing met de enkele mededeling dat geen klemmende reden werd gezien, zonder nader onderzoek of motivering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze beslissing niet voldoende heeft gemotiveerd en dat het verzoek van de raadsman niet zomaar kan worden afgewezen zonder nadere onderbouwing of onderzoek. Tevens werd geoordeeld dat het klagen over de betekening van de dagvaarding in cassatie niet ontvankelijk was, omdat dit eerder in hoger beroep aan de orde had kunnen komen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling. De zaak betreft valsheid in geschrift met betrekking tot loonstaatformulieren over de jaren 1985-1987, waarbij de verdachte minder werknemers en lagere lonen had opgegeven dan in werkelijkheid het geval was.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering weigering raadsman te woord te staan en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem.