ECLI:NL:PHR:2002:AE5674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen wapenbezit ondanks besloten zittingen en geschil over openbaarheid
Op 1 september 1999 werd in een door verdachte gehuurde flat een groot arsenaal aan wapens en munitie aangetroffen, wat leidde tot vervolging van verdachte en een medeverdachte. De zaak tegen de medeverdachte werd deels achter gesloten deuren behandeld, waarbij de verdediging van verdachte geen inzage kreeg in de processen-verbaal van die besloten zittingen.
Verdachte stelde in hoger beroep onder meer dat hierdoor het fair trial-beginsel (artikel 6 EVRM Pro) en het equality of arms-beginsel waren geschonden, en dat de behandeling door een onpartijdig tribunaal ontbrak. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de beslotenheid van de zittingen gerechtvaardigd was op grond van artikel 269 Sv Pro, en dat de verdediging voldoende gelegenheid had gekregen om de medeverdachte als getuige te horen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de verdediging geen zodanig zwaarwegend belang had bij kennisneming van de besloten processen-verbaal dat dit de belangen van openbaarheid moest laten wijken. Ook is geen sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechtbank. De bewezenverklaring dat verdachte medepleegde in het voorhanden hebben van het wapenarsenaal wordt als voldoende gemotiveerd en begrijpelijk beoordeeld.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de strafoplegging van drie jaar en zes maanden gevangenisstraf. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van wapenbezit.