ECLI:NL:PHR:2002:AE6102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in klaagschrift teruggave motorfiets na beslag en eigendomsgeschil
Verzoeker diende een klaagschrift in tegen de teruggave van een motorfiets die onder hem in beslag was genomen, nadat een derde partij, betrokkene, aangifte had gedaan van diefstal van die motorfiets. Betrokkene had via een klaagschrift teruggave van de motorfiets aan hem gevorderd, wat door de rechtbank werd toegewezen in een beschikking van 15 maart 2001. Deze beschikking werd onherroepelijk omdat er geen cassatieberoep tegen was ingesteld.
Verzoeker stelde dat hij niet tijdig was opgeroepen voor de behandeling van het klaagschrift van betrokkene, en dat hij daardoor niet goed gehoord was. De Hoge Raad constateerde dat verzoeker de oproeping pas na de zitting ontving en dat de gang van zaken voor verzoeker onbevredigend was, maar dat het beslag op de motorfiets op 29 maart 2001 was geëindigd door de onherroepelijke beschikking.
Omdat verzoeker zijn klaagschrift pas op 26 april 2001 indiende, na het einde van het beslag, verklaarde de rechtbank hem niet-ontvankelijk. De Hoge Raad bevestigde deze beslissing en benadrukte dat de strafrechter niet over eigendomsvraagstukken beslist, maar alleen over het voortduren van beslag en teruggave aan de beslagene of een ander. Verzoeker werd geadviseerd om zijn eigendomsgeschil via de burgerlijke rechter te laten behandelen.
Uitkomst: Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift tot teruggave van de motorfiets omdat het beslag reeds was geëindigd.