ECLI:NL:PHR:2002:AE6106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid aanhouding en inbeslagneming bromfiets bij heterdaad diefstal
De zaak betreft de cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde diefstal. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de aanhouding van verdachte en de inbeslagneming van een bromfiets die kort daarvoor was gestolen.
De politie kreeg een melding dat twee jongens met een bromfiets een boxgang inrenden. Ter plaatse opende een medeverdachte de deur naar de boxgang, waarna de politie via een niet afgesloten deur een binnentuin betrad waar zij de bromfiets aantroffen met loshangende bedrading, wat duidde op geforceerd stuurslot. De bromfiets werd in beslag genomen en de eigenaar herkende deze als zijn zojuist gestolen bromfiets.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding en inbeslagneming onrechtmatig waren omdat de politie zonder toestemming van de officier van justitie de boxgang en binnentuin betrad, wat volgens hen onder het huisrecht viel. De Hoge Raad oordeelde dat de boxgang en binnentuin geen deel uitmaken van de woning en dat de deur niet altijd op slot was, waardoor geen inbreuk op het huisrecht of de persoonlijke levenssfeer was gemaakt. Tevens was er een redelijk vermoeden van schuld en een heterdaadsituatie, waardoor de aanhouding en inbeslagneming rechtmatig waren.
Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van aanhouding en inbeslagneming, cassatie wordt verworpen.