ECLI:NL:PHR:2002:AE7297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering Nederlandse onderdaan aan België ondanks Benelux-Uitleveringsverdrag
De zaak betreft de uitlevering van een Nederlandse onderdaan aan België wegens betrokkenheid bij een gewelddadige overval waarbij onder meer vijf pups en geld werden weggenomen. De Rechtbank Rotterdam had de uitlevering toelaatbaar verklaard en bepaald dat inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een auto, ter beschikking van de Belgische autoriteiten worden gesteld.
De verdediging stelde dat het Benelux-Uitleveringsverdrag uitlevering van eigen onderdanen ongeclausuleerd uitsluit en dat de uitlevering daarom niet toelaatbaar kon zijn. De Hoge Raad oordeelde dat de EU-Uitleveringsovereenkomst, die tussen Nederland en België van toepassing was, deze uitzondering opheft en uitlevering mogelijk maakt mits garanties worden gegeven dat de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland kan ondergaan.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat de inbeslaggenomen auto als stuk van overtuiging kon dienen en dat de afgifte van deze voorwerpen aan België moest worden bevolen, met de kanttekening dat dit alleen geldt bij inwilliging van het uitleveringsverzoek. De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover de Rechtbank verzuimd had art. 20 Benelux Pro-Uitleveringsverdrag te vermelden en de afgifte te conditioneren aan de inwilliging van het verzoek, en verbeterde dit.
Uitkomst: De uitlevering van de Nederlandse onderdaan aan België is toelaatbaar verklaard onder toepassing van de EU-Uitleveringsovereenkomst.