ECLI:NL:PHR:2002:AE7573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor overtreding arbeidstijdenwetgeving door onvoldoende organisatie van rust- en rijtijden
Verzoekster, een rechtspersoon, werd door het gerechtshof veroordeeld tot negentien geldboetes wegens overtredingen van de arbeidstijdenwetgeving. Het hof stelde vast dat verzoekster niet had voldaan aan haar zorgplicht om de arbeid zodanig te organiseren dat chauffeurs zich konden houden aan de wettelijke rust- en rijtijden, zoals voorgeschreven in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van de directeur van verzoekster en een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten die overschrijdingen van maximale rijtijden en minimale rusttijden aan het licht brachten. Het hof verwierp het verweer dat externe, onvoorziene omstandigheden de overtredingen veroorzaakten, omdat het algemeen bekend is dat vervoerders rekening moeten houden met vertragingen en hierop hun planning moeten aanpassen.
Verzoekster had niet aangetoond dat zij de nodige maatregelen had genomen om naleving van de regels te waarborgen, zoals het geven van instructies of het inzetten van vervangende chauffeurs. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewijsmiddelen onvoldoende zouden zijn en bevestigde dat de werkgever de bewijslast draagt om zich te disculperen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het middel dat verzoekster ontslagen zou moeten worden van rechtsvervolging vanwege de onverbindendheid van een latere regeling, omdat inmiddels een formeelwettelijke basis voor de aansprakelijkheid van de werkgever is opgenomen in de Arbeidstijdenwet. De oude regeling is niet gunstiger dan de nieuwe, zodat toepassing van de oude regeling gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de veroordeling van verzoekster voor de overtredingen van de arbeidstijdenwetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoekster voor negentien overtredingen van de arbeidstijdenwet wegens onvoldoende organisatie van rust- en rijtijden.