ECLI:NL:HR:2002:AE7573
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever wegens overtreding Arbeidstijdenbesluit vervoer door onvoldoende organisatie rust- en rijtijden
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de werkgever voldoende maatregelen had genomen om te waarborgen dat chauffeurs zich hielden aan de wettelijke rust- en rijtijden. Het Hof had de werkgever veroordeeld tot negentien geldboetes wegens het niet naleven van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in een periode van anderhalve maand.
De bewezenverklaring berustte onder meer op de verklaring van een vertegenwoordiger van de werkgever en het proces-verbaal van de Rijksverkeersinspectie. Het Hof oordeelde dat de werkgever tekort was geschoten in de organisatie van het werk, doordat zij onvoldoende rekening hield met vertragende factoren zoals files en sluitingstijden, en geen instructies gaf om tijdig te parkeren of vervangende chauffeurs in te zetten.
De Hoge Raad verwierp de cassatiegronden, waaronder het betoog dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was en dat een nieuwere, gunstigere wettelijke regeling van toepassing zou zijn. De Hoge Raad bevestigde dat de werkgever aansprakelijk is voor het niet naleven van de arbeidstijdenregels door haar werknemers indien zij niet aantoonde de nodige maatregelen te hebben genomen.
Het beroep werd verworpen en de veroordeling tot negentien geldboetes van tweeduizend gulden per overtreding bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de werkgever tot negentien geldboetes wegens overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.