ECLI:NL:PHR:2002:AE7623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestanddeel 'met verenigde krachten' bij openlijke geweldpleging
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof Leeuwarden veroordeeld wegens openlijke geweldpleging onder de oude wet (art. 141 Sr Pro oud) tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid. De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name dat niet was vastgesteld dat hij zelf geweld had gebruikt of dat sprake was van samenwerking met anderen.
Het hof had vastgesteld dat de verdachte als portier betrokken was bij een incident in een discotheek waarbij het slachtoffer werd weggeleid en tegen een muur werd gedrukt. De verdachte gaf een duw die mogelijk tot val leidde, terwijl andere portiers het slachtoffer sloegen. Het hof concludeerde dat dit voldoende was voor het vereiste van 'met verenigde krachten' en dat de verdachte zelf geweld had toegepast.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het element 'verenigde krachten' inhoudt dat meerdere personen geweld moeten hebben gebruikt, maar dat de samenwerking niet hecht hoeft te zijn. Het enkele feit dat verdachte deel uitmaakte van een groep die gezamenlijk geweld pleegde, en zelf ook geweld gebruikte, is voldoende.
De cassatie wordt verworpen omdat het middel faalt. Tevens wordt opgemerkt dat sinds 12 mei 2000 het element 'verenigde krachten' in art. 141 Sr Pro is vervangen door 'in vereniging', waardoor de reikwijdte van het artikel is verruimd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens openlijke geweldpleging met toepassing van het bestanddeel 'met verenigde krachten'.