ECLI:NL:PHR:2002:AE7637
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid betekening inleidende dagvaarding bij wijziging woonadres verdachte
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van invoer van cocaïne. Verdediging stelde in cassatie dat de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend omdat deze niet was verzonden naar het laatste in de GBA geregistreerde adres van verdachte.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend omdat verdachte ten tijde van de betekening was uitgeschreven uit de GBA en geen ander adres bekend was. Verweer dat de dagvaarding als gewone brief had moeten worden verzonden naar het laatste GBA-adres faalde omdat dit niet in overeenstemming is met de wettelijke regels.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de betekening rechtsgeldig was. Er was geen aanwijzing dat het laatste GBA-adres nog als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte kon worden aangemerkt. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot dertig maanden gevangenisstraf.