ECLI:NL:PHR:2002:AE7658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering en schadeloosstelling bij onteigening grond Betuweroute
Deze zaak betreft de vaststelling van de schadevergoeding aan eisers wegens onteigening van grond door NS Railinfrabeheer voor de aanleg van de Betuweroute. De onteigende percelen betroffen tuinbouwgrond in Hendrik-Ido-Ambacht, waarvan een deel reeds was verkocht aan een projectontwikkelaar. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op ruim twee miljoen gulden, rekening houdend met bodemverontreiniging, waardevermindering en bijkomende schade.
Eisers stelden in cassatie onder meer dat de rechtbank ten onrechte een korting wegens bodemverontreiniging toepaste, dat de waardebepaling onbegrijpelijk was en dat de saneringskosten niet voor hun rekening mochten komen. De Hoge Raad oordeelde dat de door deskundigen gehanteerde methode, waarbij eerst de waarde van schone grond werd bepaald en vervolgens de saneringskosten werden afgetrokken, geen dubbeltelling inhield en dus toelaatbaar was. Ook werd geoordeeld dat de waardering van de grond als ruwe bouwgrond met saneringskosten reëel was, mede gelet op het bestemmingsplan en de toekomstige woningbouwontwikkeling.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank terecht geen waardevermindering van het overblijvende perceel had vastgesteld vanwege de vorm- en snijschade. De rechtbank mocht zich baseren op het deskundigenrapport en was niet gehouden tot nadere motivering. De klachten over de vaststelling van bijkomende schade faalden eveneens, aangezien deze ex aequo et bono was geschat vanwege gebrek aan objectieve gegevens. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.