ECLI:NL:PHR:2002:AE7679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat voorhanden hebben van logostempel voor XTC-pillen voorbereidingshandeling is onder Opiumwet
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk voorhanden hebben van amfetamine, XTC-pillen, een logostempel voor XTC-pillen en een pistool met munitie. Hij stelde in cassatie onder meer dat het voorhanden hebben van een logostempel niet voldoende was bewezen als voorbereidingshandeling voor een feit zoals bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Opiumwet.
De Hoge Raad overwoog dat uit het bewijs, waaronder de inbeslagname van XTC-pillen met het logo van de stempel en de betrokkenheid van de verdachte bij de aankoop van een tabletteermachine en stempels, kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de stempel bedoeld was voor het voorzien van pillen van een logo. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het voorhanden hebben van een logostempel een voorbereidingshandeling is die valt onder artikel 10a van de Opiumwet, omdat het voorbereiden van activiteiten zoals het voorzien van pillen van een logo noodzakelijk is voor de verkoop en verhandeling van XTC-pillen.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat het verweer berustte op een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest van het gerechtshof ambtshalve te vernietigen en bevestigde de strafoplegging van drie jaar gevangenisstraf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf blijft in stand.