ECLI:NL:PHR:2002:AE7913
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van milieueffectbeoordeling bij onteigening voor infrastructureel werk
De zaak betreft een geschil over de onteigening van een perceelsgedeelte ten behoeve van de aanleg van een weg. De eigenaar van het perceel stelde dat de onteigening niet kon plaatsvinden omdat er geen milieueffectbeoordeling (MER) was opgesteld. De gemeente had de onteigening gevorderd en de rechtbank had deze toegewezen, inclusief een voorschot op schadeloosstelling.
De Hoge Raad overweegt dat de onteigeningsrechter slechts een beperkte taak heeft en niet bevoegd is om de noodzaak van het werk, de locatie of het algemene nut te beoordelen. Deze beoordeling behoort toe aan het bestuursorgaan. Ook de toetsing van milieueffectrapportages behoort niet tot de taak van de onteigeningsrechter, maar tot die van de bestuursrechter in ruimtelijke-ordeningprocedures.
De Hoge Raad bevestigt dat de onteigeningsrechter alleen de rechtmatigheid van het onteigeningsbesluit toetst op basis van bezwaren die reeds in de bestuursprocedure zijn ingebracht. Nieuwe bezwaren of feiten mogen niet door de onteigeningsrechter worden beoordeeld. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onteigening wordt bevestigd zonder toetsing van de milieueffectbeoordeling door de onteigeningsrechter.