ECLI:NL:PHR:2002:AE8220
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over onrechtmatige schorsing en schadevergoeding adjunct-directrice bij beëindiging dienstverband
De zaak betreft een adjunct-directrice die vanaf 1977 in tijdelijke dienst was bij Stichting Akademie voor Beeldende Kunsten St. Joost, later opgevolgd door de Stichting Brabantse Hogescholen. Na beëindiging van haar dienstverband en een onrechtmatige schorsing in 1979 vorderde zij schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade.
De rechtbank en kantonrechter oordeelden dat het einde van het dienstverband niet op zich kennelijk onredelijk was, maar wel de wijze van beëindiging zonder behoorlijke motivering. De schorsing werd onrechtmatig verklaard, maar de gevorderde schadevergoeding wegens de schorsing werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
In het cassatieberoep stelde eiseres dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot pleidooi had geweigerd en dat haar schade door de schorsing onvoldoende werd erkend. De Hoge Raad concludeerde dat het verzoek tot pleidooi door de advocaat was ingetrokken en dat het oordeel over onvoldoende schade onderbouwing begrijpelijk en gemotiveerd was.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere beslissingen in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing van schade door onrechtmatige schorsing.