ECLI:NL:PHR:2002:AE8476
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Utrecht die een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis had verleend aan verzoekster. De procedure werd gevoerd onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gelegenheid had gegeven aan de raadsvrouw van verzoekster om kennis te nemen van en te reageren op medische aantekeningen die pas ter zitting werden overgelegd, waardoor de regel van hoor en wederhoor werd geschonden. Tevens was de geneeskundige verklaring niet voldoende gemotiveerd omdat het onderzoek niet persoonlijk was en niet duidelijk was of er redelijke pogingen waren gedaan om verzoekster te spreken te krijgen.
Verder was de motivering van de rechtbank omtrent het gevaar dat verzoekster zou veroorzaken onvoldoende concreet en ontbrak een nadere onderbouwing. Het horen van de ouders van verzoekster werd als rechtmatig beoordeeld. Gelet op deze tekortkomingen vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Utrecht voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Utrecht.