ECLI:NL:PHR:2009:BK0342
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onafhankelijkheid psychiater bij machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak gaat het om de vraag of een geneeskundige verklaring voor een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis rechtsgeldig kan zijn indien deze is afgegeven door een psychiater die in het recente verleden behandelaar van de patiënt was. De rechtbank had de machtiging verleend ondanks dat de psychiater minder dan een jaar geleden nog behandelaar was. Betrokkene stelde dat deze verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke eisen van de Wet Bopz en de jurisprudentie over de onafhankelijkheid van de psychiater die het onderzoek verricht. De Raad benadrukt dat het tijdsverloop sinds het laatste behandelcontact niet het enige criterium is; ook de duur en intensiteit van de behandelrelatie zijn van belang. Minder dan een jaar sinds het laatste contact betekent in de regel dat de psychiater niet als onafhankelijk kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt het belang van een objectief medisch onderzoek benadrukt en dat de rechtbank het verweer van betrokkene onvoldoende heeft onderzocht. Ook wordt het ontbreken van medische aantekeningen en voortgangsrapportages als een motiveringsgebrek aangemerkt. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.