ECLI:NL:PHR:2002:AE9043
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid wijziging tenlastelegging en beoordeling feitencomplex ontucht
In deze zaak staat de vraag centraal of een wijziging van de tenlastelegging, waarbij de periode van vermeende ontuchtige handelingen met een minderjarige wordt uitgebreid, toelaatbaar is onder het criterium van hetzelfde feit zoals bedoeld in art. 68 Sr Pro in samenhang met art. 313 Sv Pro.
De officier van justitie had de tenlastelegging uitgebreid met een langere periode en aanvullende grondslagen, waaronder misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en het aan de zorg toevertrouwd zijn van het slachtoffer. Het hof oordeelde dat de gedragingen in de langere periode als één feitencomplex konden worden beschouwd, ondanks dat de handelingen chronologisch na elkaar plaatsvonden en met tussenpozen.
De verdediging voerde aan dat deze uitbreiding onrechtmatig was omdat het niet meer hetzelfde feit zou betreffen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast, namelijk dat sprake moet zijn van een zodanig verband in gelijktijdigheid en samenhang dat de wijziging toelaatbaar is. Ook het oordeel van het hof dat het slachtoffer onbesproken gedrag had, wordt niet onbegrijpelijk geacht omdat de verdediging dit punt niet eerder had aangevoerd.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de wijziging van de tenlastelegging en de bewezenverklaring standhouden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de wijziging van de tenlastelegging wordt als toelaatbaar bevestigd.