ECLI:NL:HR:2002:AD8646
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak en verwijst zaak over vervaardiging en bezit van drugs terug
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het vervaardigen en het aanwezig hebben van middelen als MDA, MDMA, MDEA en amfetamine, middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het hof sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde vervaardigen, maar veroordeelde hem voor andere feiten.
De Advocaat-Generaal stelde in hoger beroep bij het hof een wijziging van de tenlastelegging voor, waarbij het vervaardigen zou worden gewijzigd in het aanwezig hebben van de drugs. Het hof wees deze wijziging af, omdat het vervaardigen een ander feitelijk handelen is dan het aanwezig hebben en niet aan de vereisten van artikel 313 Sv Pro voldeed.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een te strikte maatstaf hanteerde bij de beoordeling van de wijziging van de tenlastelegging en dat het hof daarmee de vordering van de Advocaat-Generaal ten onrechte had afgewezen. Hierdoor was het hof op een verkeerde grondslag vrijgesproken. Omdat de verdachte niet ontvankelijk was in cassatie, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van het vervaardigen van drugs.