ECLI:NL:PHR:2002:AE9223

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00432/02 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55d SvArt. 552a SvArt. 552d SvArt. 445 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan bevoegdheid belanghebbende

Verzoekster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage waarin een bezwaarschrift tot teruggave van een omgekatte automobiel gegrond werd verklaard. De vraag was of verzoekster, die niet als belanghebbende was opgetreden in de eerdere procedure, gerechtigd was cassatieberoep in te stellen.

De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 55d, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, het recht tot cassatieberoep toekomt aan de officier van Justitie en aan de klager, en volgens eerdere jurisprudentie ook aan degene aan wie de officier van Justitie mededeling heeft gedaan van zijn voornemen tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp. Verzoekster trad echter niet als belanghebbende op tijdens de raadkamerzitting en ontbeerde daarom het recht tot cassatie.

De Hoge Raad benadrukt dat het toestaan van cassatieberoep door personen die anderen machtigen om namens hen op te treden, zou leiden tot inbreuk op de goede procesorde. Omdat verzoekster niet als belanghebbende was erkend en geen bewijs leverde van onbevoegde vertegenwoordiging, wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid.

Conclusie

Nr. 00432/02 B
Mr Jörg
Parket, 15 oktober 2002
Conclusie inzake:
[Verzoekster=belanghebbende]
1. Verzoekster heeft op 16 juli 2001 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 19 maart 2001 waarin het bezwaarschrift van [klager] strekkende tot teruggave van een (omgekatte) automobiel aan hem, gegrond werd verklaard.
2. Blijkens het proces-verbaal dat van de raadkamerzitting van 19 februari 2001 is opgemaakt, is als belanghebbende in die zaak opgetreden Verzekeraar [A], gevestigd te [vestigingsplaats]. Namens de belanghebbende is gehoord [betrokkene 1].
3. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of verzoekster gerechtigd is beroep in cassatie in te stellen. Art. 55d, tweede lid, Sv verleent dit recht aan de officier van Justitie en aan de klager. Volgens HR 3 december 1996, NJ 1997, 387 komt dit recht ook toe aan de ander aan wie de officier van Justitie mededeling heeft gedaan van zijn voornemen tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
4. Het dossier biedt geen inzicht in de gang van zaken die er toe geleid heeft dat [A] als belanghebbende voor de raadkamerbehandeling zal zijn opgeroepen en aldaar is gehoord. In de aangifte van diefstal van een soortgelijk (in Duitsland geregistreerd) automobiel door [betrokkene 2] wordt als verzekeraar genoemd [belanghebbende]. De omstandigheid dat genoemde [betrokkene 1] de Fahrzeugbrief en de aangifte aan de rechtbank heeft overhandigd heeft de rechtbank kennelijk tot het oordeel gebracht dat [A] rechtmatig ter zitting optrad. Rechtens onjuist en onbegrijpelijk is dat niet. Ook de naam geeft voeding aan de gedachte dat [A] namens verzekeringsmaatschappijen vermiste voorwerpen tracht op te sporen. In het verlengde daarvan ligt: het doen terugkeren van die voorwerpen bij de rechthebbende, mede door op te treden in gerechtelijke procedures.
5. Nu [belanghebbende] niet als belanghebbende (als "ander" in bovenbedoelde betekenis) is opgetreden, komt haar het recht niet toe beroep in cassatie in te stellen.
6. Het zou inbreuk op de goede procesorde betekenen indien (rechts)personen die anderen machtigen om voor hen op te treden in strafprocedures, naderhand dat optreden via een rauwelijks beroep in cassatie zouden kunnen desavoueren, wanneer de uitkomst van de gerechtelijke procedures en de nasleep daarvan hen niet bevallen. Onder de bijlagen in de cassatieschriftuur ontbreekt een brief waarin [A] door [belanghebbende] in gebreke wordt gesteld wegens onbevoegde vertegenwoordiging.
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG