ECLI:NL:PHR:2002:AE9259
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij internationale luchtvervoerovereenkomst Sabena
In deze zaak staat centraal of de Nederlandse Rechtbank te Haarlem bevoegd is om een rechtsvordering te behandelen die gebaseerd is op een internationale luchtvervoerovereenkomst tussen Sabena en eiseres, waarbij het Verdrag van Warschau van toepassing is.
De feiten betreffen een overeenkomst uit 1987 voor het vervoer van eendagskuikens en broedeieren van Brussel naar Sanaa. De overeenkomst is tot stand gekomen via correspondentie en onderhandelingen tussen Sabena Brussel en de expediteur ACI, die namens eiseres optrad. Hoewel Sabena ook een vestiging op Schiphol heeft, heeft het Hof vastgesteld dat de overeenkomst door de zorg van het Brusselse kantoor is gesloten.
Sabena voerde aan dat de Rechtbank te Haarlem onbevoegd was, omdat de hoofdzetel en het kantoor dat de overeenkomst sloot in Brussel zijn gevestigd. Eiseres stelde dat de overeenkomst via het Sabena-kantoor op Schiphol tot stand was gekomen. Het Hof oordeelde echter dat de Rechtbank te Haarlem niet bevoegd was, omdat het Brusselse kantoor de overeenkomst heeft gesloten en het Schiphol-kantoor slechts enige bemiddeling had.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel van eiseres dat stelde dat het Hof niet had onderzocht of ook het Schiphol-kantoor bevoegdheid kon geven. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof voldoende feiten had vastgesteld en dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet kon worden aangenomen op basis van enige bemiddeling door het Schiphol-kantoor. De klachten over onvoldoende motivering en bewijsopdrachten werden eveneens afgewezen.
De Hoge Raad concludeert dat de Rechtbank te Haarlem niet bevoegd is en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Rechtbank te Haarlem niet bevoegd is omdat de overeenkomst door het Brusselse kantoor van Sabena is gesloten.