ECLI:NL:PHR:2002:AE9260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het concurrentiebeding bij ingrijpende functiewijziging binnen langdurige arbeidsrelatie
Deze zaak betreft de uitleg en toepassing van het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst tussen Epenhuysen Chemie N.V. en een werknemer die gedurende bijna twintig jaar bij Epenhuysen werkzaam was. De werknemer ontwikkelde zich van verkoopleider binnenland tot adjunct-directeur en statutair directeur van dochterondernemingen, met aanzienlijke toename van verantwoordelijkheden en salaris.
Na zijn vertrek trad de werknemer in dienst bij een concurrent, waarna Epenhuysen een boete vorderde wegens overtreding van het concurrentiebeding. De werknemer stelde dat het beding vervallen was omdat zijn arbeidsverhouding zodanig was gewijzigd dat het beding aanmerkelijk zwaarder op hem drukte, mede gelet op het arrest Brabant/Van Uffelen.
De rechtbank en kantonrechter oordeelden dat het concurrentiebeding inderdaad was vervallen vanwege de ingrijpende functiewijziging en de toegenomen maatschappelijke status en verantwoordelijkheden van de werknemer. Epenhuysen ging hiertegen in hoger beroep en cassatie, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel dat het beding niet meer geldig was zonder hernieuwde schriftelijke vastlegging.
De Hoge Raad benadrukte dat het concurrentiebeding een bijzondere plaats inneemt in het arbeidsrecht en dat bij ingrijpende wijzigingen van de arbeidsverhouding het beding opnieuw moet worden bezien. De motivering van de rechtbank werd als voldoende en begrijpelijk beoordeeld, waarbij ook de toegenomen afbreukrisico's en de gewijzigde functie-inhoud werden meegewogen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het concurrentiebeding is vervallen wegens een ingrijpende functiewijziging die het beding aanmerkelijk zwaarder deed drukken.