ECLI:NL:PHR:2002:AE9632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsvoering geuridentificatieproef en verworpen niet-ontvankelijkheid OM
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor verkrachting. De verdediging voerde onder meer aan dat het resultaat van een geuridentificatieproef niet als bewijs mocht worden gebruikt omdat een contra-expertise niet mogelijk was gemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat een contra-expertise slechts zinvol is indien deze vrijwel onmiddellijk na de eerste proef wordt uitgevoerd, wat hier niet het geval was. Verdachte had niet vóór of tijdens de proef kenbaar gemaakt een contra-expertise te willen, waardoor het verzoek na afloop niet relevant was.
Daarnaast stelde de verdediging dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens het frustreren van onderzoek naar telefoongegevens die de onschuld van verdachte konden aantonen. Het hof verwierp dit verweer omdat de gevraagde gegevens niet meer te achterhalen waren en er geen sprake was van een ernstige schending van de procesorde die een sanctie als niet-ontvankelijkheid zou rechtvaardigen.
Verder werd betoogd dat er sprake was van een vormverzuim door het OM vanwege het niet opvragen van locatiegegevens van telefoongesprekken. De Hoge Raad stelde dat dit geen onherstelbaar vormverzuim betrof omdat de gegevens al waren gewist voordat de verdediging om onderzoek vroeg. De middelen van cassatie zijn verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het bewijs van de geuridentificatieproef en wijst het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM en vormverzuim af.