ECLI:NL:PHR:2002:AF0100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg beëindigingsovereenkomst veehoudersbedrijf en afwijzing motiveringsklachten
Sinds 1983 dreven twee broers gezamenlijk een veehoudersbedrijf in een vennootschap onder firma, die in 1987 werd ontbonden met een notariële akte. In deze akte werd bepaald dat de ene broer alle activa kreeg, terwijl hij een bedrag aan de andere broer moest betalen wegens overbedeling, inclusief afspraken over belastingheffing en kosten.
De eiser vorderde vervolgens vergoeding van een bedrag aan inkomstenbelasting die hij over de betaling moest voldoen, vermeerderd met rente en kosten. De verweerder stelde zich op het standpunt dat hij bereid was de belasting te voldoen, maar dat de eiser geen juiste opgave had gedaan. Het hof vernietigde eerdere vonnissen en wees vorderingen deels toe en deels af, waarbij het de Haviltex-maatstaf toepaste voor de uitleg van de overeenkomst.
De Hoge Raad oordeelt dat de motiveringsklachten tegen het hof niet slagen, omdat nieuwe feitelijke stellingen niet in cassatie kunnen worden ingebracht en de motivering van het hof begrijpelijk en voldoende is. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de eiser geen invorderingsrente verschuldigd was indien hij tijdig en juist had gehandeld en dat onnodige kosten door eigen nalatigheid komen. De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Den Haag.