ECLI:NL:PHR:2002:AF1097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussenvonnis inzake rentevoet schadeloosstelling stadsmeierrechten in Herinrichtingswetzaak
De Herinrichtingscommissie Oost Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën stelde de lijst der geldelijke regelingen (LGR) vast, waartegen de Gemeente Groningen bezwaar maakte wegens het ontbreken van schadeloosstelling voor stadsmeierrechten. De minister van Binnenlandse Zaken stelde een rentevoet van 4% voor, de Gemeente vond 2,8% redelijker. De Rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de minister de rentevoet vóór een bepaalde datum moest vaststellen en legde een dwangsom op bij niet-naleving.
De Herinrichtingscommissie stelde cassatie in tegen dit tussenvonnis, evenals de Staat in een incidenteel beroep. De Hoge Raad overwoog dat cassatie in onteigenings- en landinrichtingszaken slechts openstaat tegen eindvonnissen, maar dat het tussenvonnis deels eindbeslissingen bevatte, zodat cassatie ontvankelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank onterecht bevelen gaf aan de minister die niet partij was in de procedure en dat hiervoor geen wettelijke grondslag bestond. Daarom werd het tussenvonnis vernietigd en de zaak terugverwezen naar de Rechtbank. De Hoge Raad erkende het belang van toetsing door een hogere rechter, ook voor partijen die niet direct betrokken waren bij eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het tussenvonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de Rechtbank.