ECLI:NL:PHR:2003:AA4725
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij arbeidsovereenkomst offshore werknemer en toepassing EEX-Verdrag
In deze zaak vordert een offshore werknemer, woonachtig in Duitsland en werkzaam sinds 1987 voor een Schotse werkgever, wedertewerkstelling en loonbetaling bij de Kantonrechter te Alkmaar. De werkgever betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, mede vanwege de locatie van de werkzaamheden op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat en het toepassingsgebied van de Wet arbeid mijnbouw Noordzee (WAMN).
De Kantonrechter verklaarde zich bevoegd, maar dit werd in hoger beroep door de Rechtbank Alkmaar vernietigd, die oordeelde dat de WAMN geen bevoegdheid aan de Nederlandse rechter kon ontlenen. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van art. 5 sub Pro 1 EEX-Verdrag, met name of arbeid op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat als in Nederland verricht moet worden beschouwd.
Het Hof van Justitie bepaalde dat arbeid op vaste of drijvende installaties op het Continentaal Plat wordt aangemerkt als arbeid op het grondgebied van die staat. De Hoge Raad concludeert dat het Nederlandse deel van het Continentaal Plat geen Nederlands territoir is in de zin van het EEX, waardoor art. 5 sub Pro 1 EEX niet als bevoegdheidsgrond kan dienen.
De zaak wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek naar de plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verrichtte en of er nauwere aanknopingspunten met een andere plaats zijn. Tevens wordt de zaak geschorst in afwachting van het oordeel van het Hof van Justitie over de prejudiciële vragen.
De uitspraak benadrukt de complexiteit van internationale bevoegdheidsvraagstukken bij offshore arbeid en de verhouding tussen nationale wetgeving en internationale verdragen.
Uitkomst: De zaak is geschorst en verwezen voor nader onderzoek in afwachting van het oordeel van het Hof van Justitie over de uitleg van art. 5 sub 1 EEX-Verdrag.