ECLI:NL:PHR:2003:AD4067
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kapitaalsbelasting bij kwijtschelding en afzien van rente door aandeelhouder
Belanghebbende, een 100%-dochter van een NV, kreeg een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd wegens kwijtschelding van een lening en het afzien van rente. De lening was verstrekt om een overname te financieren. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar. Het hof oordeelde dat de kwijtschelding en het afzien van rente het economisch potentieel van belanghebbende versterkten, waardoor kapitaalsbelasting verschuldigd was. Het hof paste de evenredigheidsmethode toe voor de waardebepaling van de kwijtschelding.
De staatssecretaris stelde cassatie in tegen de toepassing van deze methode. De conclusie van de A-G benadrukt dat de maatstaf van heffing moet worden bepaald vanuit het perspectief van de vennootschap die het kapitaal ontvangt, en niet vanuit de inbrenger. De evenredigheidsmethode is ongeschikt voor waardebepaling van de kwijtschelding van schuld. Daarnaast moet de kwijtschelding ingegeven zijn door aandeelhoudersmotieven om als informele kapitaalstorting te gelden.
De conclusie stelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat een derde-niet-aandeelhouder niet ook tot kwijtschelding zou zijn overgegaan. De uitspraak van het hof wordt daarom vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing.