ECLI:NL:PHR:2003:AD9721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onredelijke uitwerking van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen
De zaak betreft de toepassing van artikel 3d van de Ziekenfondswet en de daarop gebaseerde ministeriële Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen. Belanghebbende, een startende zelfstandige met een atypisch startjaarinkomen, werd verplicht verzekerd bij het ziekenfonds op basis van haar inkomen in 1997. Dit leidde tot onredelijke en willekeurige gevolgen, omdat haar inkomen in latere jaren hoger was en zij daardoor het ziekenfonds weer moest verlaten, terwijl particuliere verzekeraars haar vanwege haar gezondheidstoestand mogelijk niet zonder uitsluitingen zouden verzekeren.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de Regeling onvoldoende rekening houdt met de bijzondere situatie van starters en dat het rigide vasthouden aan het startjaarinkomen leidt tot ongelijkheid en onredelijkheid. De staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat de ministeriële Regeling niet in overeenstemming is met de doelstellingen van de wetgever en dat de Regeling in het geval van belanghebbende buiten toepassing moet worden gelaten. Tevens wordt gewezen op het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, waarbij de gedwongen overgang van particuliere verzekering naar ziekenfondsverzekering en weer terug een regulering van eigendom betreft die een redelijke balans moet waarborgen.
De conclusie is dat de belangen van de zelfstandige in dit specifieke geval onevenredig worden geschaad door de Regeling, wat niet strookt met de doelstellingen van de wet en het EVRM. De staatssecretaris wordt geadviseerd het beroep ongegrond te verklaren.
Uitkomst: De ministeriële Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen wordt buiten toepassing gelaten in het geval van belanghebbende wegens onredelijke en willekeurige uitwerking.