ECLI:NL:GHARN:2000:AA7462
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens voordeel uit piramidespel
Belanghebbende deed in 1996 aangifte van zijn inkomen, maar gaf zijn inkomsten uit deelname aan een piramidespel niet aan. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een belastbaar inkomen van ƒ 95.248, inclusief ƒ 39.000 aan inkomsten uit het piramidespel. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende actief nieuwe deelnemers aan het piramidespel heeft geworven en daarvoor beloningen ontving, direct en indirect. Dit werd aangemerkt als werkzaamheden in het economische verkeer, waardoor het voordeel uit het piramidespel als inkomen uit arbeid moet worden belast. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de fiscale regels duidelijk zijn en het voordeel niet buiten heffing kan blijven.
Ook het argument dat alleen inkomsten uit door belanghebbende zelf geworven deelnemers belastbaar zouden zijn, werd verworpen. Het piramidespel werd niet als kansspel in de zin van de Wet op de kansspelbelasting beschouwd, omdat belanghebbende invloed had op het resultaat. Het Hof bevestigde daarom de navorderingsaanslag en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag en belast het voordeel uit het piramidespel als inkomen uit arbeid.