ECLI:NL:PHR:2003:AD9782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige ongelijke behandeling zelfstandige bij ziekenfondsverzekering door ministeriële regeling
De zaak betreft een zelfstandige die in 1996 begon en door toepassing van de ministeriële Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen voor het jaar 2000 werd uitgesloten van het ziekenfonds. De regeling bepaalt dat het toetsinkomen wordt berekend over de jaren 1996 en 1997, waarbij geen mogelijkheid bestaat om een sterk afwijkend jaar buiten beschouwing te laten. De zelfstandige ontving in 1996 een ontbindingsvergoeding die het inkomen dat jaar sterk verhoogde, waardoor het gemiddelde inkomen boven de inkomensgrens uitkwam.
Het Hof Arnhem oordeelde dat deze regeling een ongeoorloofd onderscheid maakt tussen starters en niet-starters, omdat niet-starters wel de mogelijkheid hebben om een afwijkend jaar buiten beschouwing te laten. Dit leidt tot ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen. De belanghebbende voldoet aan de voorwaarden als hij het jaar 1996 buiten beschouwing mag laten.
De staatssecretaris stelde cassatie in met het argument dat zelfstandigen met een tweejaarsreferteperiode niet vergelijkbaar zijn met zelfstandigen met een driejaarsreferteperiode vanwege risico op manipulatie. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat dit verweer niet overtuigt en dat de regeling in het geval van de belanghebbende leidt tot een disproportionele en onrechtvaardige uitkomst.
Daarnaast is besproken of de regeling een inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de zelfstandige zoals beschermd door art. 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De conclusie is dat sprake is van een regulering van eigendom die een fair balance moet respecteren. In dit geval is de individuele nadelige impact disproportioneel ten opzichte van het algemeen belang, zodat de regeling onrechtmatig is toegepast.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de zelfstandige wordt als ziekenfondsverzekerde erkend.