ECLI:NL:PHR:2003:AD9784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onredelijke en willekeurige uitwerking van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen
De zaak betreft de beoordeling van de ministeriële Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen, die bepaalt hoe het inkomen van zelfstandigen wordt getoetst voor hun verplichte ziekenfondsverzekering.
De belanghebbende, een zelfstandige die sinds 1997 een onderneming drijft, betwistte de toepassing van deze regeling omdat het startjaarinkomen als enige toetsjaar werd gebruikt, wat leidde tot een onredelijke en willekeurige verzekeringspositie. Het Hof Arnhem oordeelde dat de regeling in dit geval tot een onredelijk resultaat leidt en niet aansluit bij de doelstelling van de wet om zelfstandigen met een bescheiden inkomen toegang te geven tot een betaalbare en volledige ziektekostenverzekering.
De staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, maar de conclusie van de procureur-generaal adviseert het beroep ongegrond te verklaren. De conclusie benadrukt dat de regeling onvoldoende rekening houdt met de bijzondere situatie van starters en dat het rigide vasthouden aan het startjaarinkomen niet gerechtvaardigd is.
Daarnaast wordt de regeling getoetst aan het eigendomsgrondrecht (art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM). De conclusie stelt dat de regeling een regulering van eigendom inhoudt en dat er geen redelijke verhouding bestaat tussen het algemeen belang en de individuele nadelige gevolgen voor de belanghebbende, waardoor de regeling niet als fair balance kan worden beschouwd.
Samenvattend concludeert de conclusie dat de ministeriële regeling, zoals toegepast, leidt tot onredelijke en willekeurige gevolgen die niet stroken met de wetgever's doelstellingen en dat de staatssecretaris haar beroep moet laten vallen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard vanwege onredelijke en willekeurige uitwerking van de ministeriële regeling.