ECLI:NL:PHR:2003:AE7337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling onroerende-zaakbelasting voor waterzuiveringsinstallaties beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen
Belanghebbende, een stichting opgericht door Westlandse gemeenten en veilingen, exploiteert een composteringsinrichting met een eigen waterzuiveringsinstallatie. De gemeente Rotterdam hanteerde een heffingsmaatstaf voor onroerende-zaakbelasting inclusief de waarde van deze installatie, terwijl vrijstelling geldt voor installaties beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende aanspraak kon maken op deze vrijstelling. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende publiekrechtelijk karakter had en dat er sprake was van gelijke gevallen, waardoor het onderscheid in belastingheffing onrechtmatig was.
De Hoge Raad stelde dat het onderscheid tussen publiekrechtelijk en privaat beheer een wezenlijk verschil vormt en dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het maken van dit onderscheid. De vrijstelling is bedoeld voor installaties die een publiekrechtelijke taak vervullen en wordt niet onrechtmatig geacht. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en mensenrechten faalt, omdat het verschil in beheer een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de directeur, waarmee de vrijstelling voor publiekrechtelijk beheerde waterzuiveringsinstallaties werd gehandhaafd.
Uitkomst: De vrijstelling van onroerende-zaakbelasting geldt alleen voor waterzuiveringsinstallaties beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen; belanghebbende komt hier niet voor in aanmerking.