ECLI:NL:HR:2003:AE7337
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling onroerendezaakbelasting voor door publiekrechtelijke lichamen beheerde zuiveringswerken
Belanghebbende, opgericht door zeven Westlandse gemeenten en tuinbouwveilingen, exploiteert een composteringsinrichting en een waterzuiveringsinstallatie. Voor het jaar 1996 werden haar twee aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam, welke na bezwaar werden gehandhaafd door de directeur gemeentelijke belastingen.
Het Hof vernietigde deze uitspraak en verlaagde de aanslaggrondslag, omdat belanghebbende niet als publiekrechtelijk lichaam werd gezien en het onderscheid in de wetgeving als ongerechtvaardigde ongelijke behandeling werd beoordeeld op grond van internationale verdragsbepalingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het onderscheid tussen zuiveringswerken beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen en andere niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft op fiscaal terrein. Het beroep van belanghebbende op verdragsartikelen wordt verworpen.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de directeur gemeentelijke belastingen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijstelling van onroerendezaakbelasting voor door publiekrechtelijke lichamen beheerde zuiveringswerken en vernietigt het arrest van het hof.